Verboden toegang

Voor de slotgracht van het fort staan twee bewakers. Niemand mag de brug over. Pokomonfiguren worden al voor de eerste linielijn geweerd. De oude verdedigingsstrategie komt ook nu weer van pas. En de Pokomonjagers herken je moeiteloos: kijk-lopen met je mobiel is verdacht. Ben benieuwd wanneer de eerste boete wordt uitgeschreven voor illegale Pokomonjacht.

Misdruk

Dit kaartje lag vandaag in mijn brievenbus. Het duurde even voordat ik begreep dat het post was en niet een vergissing van de bezorger. Het is een vakantiekaartje uit Frankrijk. Een misdruk waar veel op te ontdekken valt. Als je goed kijkt, zie je lachende mensen op een terrasje in Brugge. De kaart was niet te koop, de postzegel wel. De verkoopster vond dat je zo’n kaart niet kon versturen, daar maak je niemand blij mee. Het enthousiasme van mijn vrienden begreep ze niet. Ik wel en nu jij ook.

Telelens

Op een houten vlonder staan twee mannen met hun telelens in de aanslag. Ik volg hun blik, maar zie niets. Ik vraag wat er te zien is. ‘De levendbarende hagedis!’ is het antwoord. Het duurt even voordat ik het beestje ontdek. De mannen schieten foto’s van een afstand. Voorzichtig loop ik eropaf. Met mijn telefoon vang ik het beestje zonnebadend van dichtbij. ‘Daar sta ik dan met mijn telelens,’ zegt de man een beetje beteuterd. Op de Hoge Veluwe is veel te ontdekken. Met en zonder telelens.

Kunstkijken

Stel, je bent in het Groninger Museum en je loopt met je verstandelijk gehandicapte zoon van 15 door de beeldententoonstelling van Joost van den Toorn. Hij blijft staan bij dit beeld en kijkt je vragend aan. Tja, denk ik, wat zeg je dan? ‘Kijk’, zegt de moeder van de jongen en wijst naar de twee stevige glimmende borsten. ‘Dat zijn twee stijve piemels!’ ‘Aha’ knikt de jongen en loopt tevreden verder. Het volgende beeld – een grappige hond met guitige ogen en een lange neus – heeft geen uitleg nodig. De jongen grijnst. De hond grijnst terug. Dat wordt neusje …

Ontzamelde werken

In mijn boekenkast huizen te veel boeken. Ik ken ze bijna allemaal. De meesten waren inspiratie voor een van de 100 nummers van BoekieBoekie. Het is tijd voor een ander concept. Dat betekent ontzamelen en opnieuw beginnen. Dit zijn twee pagina’s uit een klein boekje dat ik op 09 11 04 van Wendy Panders kreeg. Dit boekje was het begin van onze samenwerking. Het lukt me niet om dit boekje toe te voegen aan de serie ontzamelde werken. Ben ik nu de rode vogel in de kooi of de zwarte kraai met de glimmende kralenketting in de snavel?

Zomeren

Het is zomer. Ook in de vaas aan muur. De bloemen komen niet uit de tuin van mijn moeder, maar dat had wel gekund. Echte Oud-Hollandse bloemen. De knalroze floxen zijn mijn favoriet. Als kind plukte ik die en zoog de ‘honing’ er uit. Kleurige, geurige bloemen als zoethoudertje. Dat klinkt als zomervakantie.

Enrance

Enrance? ‘Ja, enrance! Die is hier.’ Maar de deur is dicht. Potdicht. Geen wonder er is niemand aan het werk op donderdagavond negen uur. Mooie vondst: de entrance is enrance als het bedrijf gesloten is. Nieuwe woorden houden de taal levend of verkeerd geschreven woorden houden je scherp. Het is maar hoe je het bekijkt.

Kleurmachine

Gisteren was deze korte broek flets en verkleurd. Net als de twee knoopjes die er zo afgeknipt worden. Kleding die vaal en niet versleten is, wat doe je daarmee? Die was ik met verf! De wasmachine als kleurmachine. In een paar uur tijd is ondraagbare garderobe weer als nieuw, daar kan geen uitverkoop tegen op.  

Tuinjongen

Mijn moeder houdt van tuinieren, maar na vijf heupoperaties kan ze niet meer zonder een stok lopen. Toch kan ze nog vegen, harken en schoffelen. De buurvrouw vond dit geen goed idee. ‘Daar komen ongelukken van,’ zei ze. ‘Morgen komt mijn zoon je helpen.’ Hij is de ideale tuinjongen, hij doet precies wat mijn moeder vraagt. En als hij niet begrijpt, doet ze het voor. ‘Kijk, zo moet je vegen,’ zegt ze. Met in haar ene hand de bezem en in de andere hand de stok veegt ze ‘hop-la-hop’ de eerste tegel schoon. De tuinjongen en ik kijken toe en …