Negenendertig verdiepingen is – als ik me niet verteld heb – negenendertig keer veertig traptreden.
Dat zijn vijftienhonderdzestig treden naar beneden.
Vijftienhonderdzestig keer bewegen mijn twee voeten.
Vijftienhonderdzestig keer schuift mijn hand over trapleuning.
Al lopend vind ik een cadans, ben ik een ritme,
mijn voeten als secondewijzers, mijn hand geeft de minuten aan.
Ik ben mijn eigen tijd.
Vijftienhonderdzestig keer nu en niets anders.
Vijftienhonderdzestig keer niets om aan te denken.
In zes minuten en drieënveertig seconden ben ik beneden in de hal.
Echt 2026: het jaar van de trap nemen en jezelf gedachteloos liften!
