Volgende week ga ik op reis:
Jet Solo 2026
Een reis van zesendertig dagen,
of om precies te zijn:
achthonderd drieënzeventig uur en vijftig minuten.
Hiervan zit ik achtenveertig uur in een vliegtuig.
Niet duurzaam.
Niet CO2-neutraal.
Vroeger wist ik dat niet.
Nu wel.
En wordt dit een van mijn laatste overzeese reizen.
Wim gaat niet mee.
Hij houdt niet van vliegen.
Hij stelde een vrachtschip voor,
ééntje dat ook schapen vervoert.
Hij vertelde over mooie vergezichten,
over luchten die op zee elke dag anders kleuren,
over vliegende vissen die uit het niets opduiken,
over het kalmerende geluid van kabbelende golven.
Ik zag rookpluimen van een vrachtschip,
hoorde het geblaat van duizenden schapen,
opgesloten in gestapelde kooien,
en rook hun penetrante geur.
Het idee van een bootreis
over wereldzeeën
heb ik laten varen.
Meer dan achtenveertig uur vliegen
is een lange zit,
zelfs als je het verdeelt over
vier etappes.
Als een sardientje in blik
laat ik me vervoeren,
naar de andere kant van de wereld.
Van land naar land.
Maar eenmaal geland
dan ben ik er.
En vliegt de tijd
mij voorbij.
