Het wonderlampje van Aladin

Op de glazen pot met ochtendthee zit een minuscuul klein plastic wonderlampje vastgeplakt. Van bovenaf gezien valt het weg in het bloemetjesveld. In deze pot zat jaren geleden honing uit Frankrijk. De smaak van honing als souvenir.
De meest bijzondere honingherinnering was tijdens een wandeling door de bergen van Dalyan in Turkije.
Op zoek naar een schaduwplek voor een picknick kwamen we terecht in een sinaasappelboomgaard. 
We waren niet de enigen. Onder de boom zat een oude man. Op een klein brandertje stond een keteltje water. Met gebaren nodigde hij ons uit voor een kopje chai.
Met z’n drieën zaten we in het gras onder een boom. We deelden onze picknick.
Zo af en toe bewoog het felle zonlicht tussen de blaadjes.
Zo af en toe werden we omringd door een warm briesje met vleugjes sinaasappelbloesem.
Zo af en toe zei de man: ‘Chai?!’ De kleine glaasjes werden weer bijgevuld.
Bijen zoemden onafgebroken.
Ik keek omhoog en zag kleine helikoptertjes. 
Zoemend van bloem naar bloem.
Zwevend of stil hangend in de lucht. Achteruitvliegend of recht omhoog.
De honingbijen vlogen en landden, en vulden hun mandjes met goudgele stuifmeelbolletjes.
De Turkse man maakte kleine gebaren en liep weg. Even later kwam hij terug met een volle pot goudgele honing.
Voor jou gebaarde hij. 

Voorzichtig draaide ik de pot open. Met mijn vinger veegde ik een druppeltje honing van de deksel.

De geur en de smaak waren even sterk. Een onvergetelijk moment.


Het wonderlampje uit het sprookje van Aladin kreeg ik meer dan twintig jaar op mijn verjaardag.
Zo af en toe, verschijnt een blauwe geest, een djinn. 
Zo ook vandaag.