In een flits zag ik dit beeld. Ik was op weg naar het station. Heel even overwoog ik om af te stappen en een foto te maken.
Toen ik mijn fiets op slot zette, zat het beeld nog steeds in mijn hoofd. Misschien is het er nog op de terugweg, dacht ik al lopend naar de stationshal.
Op het overzichtsbord las ik dat mijn trein was uitgevallen. De volgende ging een half uur later. Precies genoeg tijd om heen en weer te lopen en in te checken.
L’Homme qui Marche, de bronzen man van Rodin, is vandaag net als ik goedgemutst.
